Ruim een kwart van alle huishoudens had in 2008 een babyboomer als kostwinner. Aan deze definitie voldoen 308 duizend huishoudens.
In de groep met de 10 procent hoogste inkomens komen ze veel vaker voor: 43 procent van deze huishoudens heeft een babyboomer in de gelederen. Deze huishoudens hadden gemiddeld een besteedbaar inkomen van 88.000 euro.
Ook in de op een na hoogste inkomensgroep domineren mensen die in de geboortegolf na de Tweede Wereldoorlog zijn geboren. Ruim eenderde bestaat uit babyboomers.
Generatie
De generatie die is geboren na de oorlog heeft ook flink gespaard. In de drie groepen met het hoogste vermogen zijn babyboomers oververtegenwoordigd. Bijna 40 procent van deze huishoudens bestaat uit 50- tot 65-jarigen.
Deze groep heeft ook vaker dan gemiddeld een eigen woning. Tweederde van deze generatie heeft een eigen huis verworven. Zo’n 30 procent heeft naast spaargeld aandelen of obligaties.
De welvarendheid van de 50-plusser is deels te danken aan de levensfase waarin ze zitten. De carrière is op het hoogtepunt, de kinderen zijn het huis uit en de hypotheek is grotendeels afbetaald. Een deel van deze generatie heeft ook geprofiteerd van de stevige economische groei in de jaren ’60 en ’70. De banen lagen voor het oprapen. Verder zagen de babyboomers de waarde van hun huis de afgelopen decennia gestaag stijgen.
De babyboomers potten niet al hun geld op. In 2008 spendeerden ze zo’n 34.000 euro. Dat is 9 procent meer dan het gemiddelde huishouden uitgeeft. Woonlasten (8.000 euro) per jaar is de grootste uitgavenpost.
Zwaarste lasten
Het CBS becijferde dat mensen in de hoogste inkomensgroepen de zwaarste lasten dragen. In 2008 kwam ruim de helft van het totale bedrag aan premies en inkomstenbelasting voor rekening van eenvijfde van de huishoudens met de hoogste inkomens. Hun bruto-inkomen bedroeg gemiddeld bijna 126.000 euro. Deze huishoudens droegen daarvan ongeveer 45 procent af aan premies en belasting.
De lagere inkomens betalen uiteraard veel minder belasting en premies dan de hogere. Dat is ook gevolg van het feit dat de lage inkomensgroepen vaak moeten rondkomen van een uitkering of pensioen. De huishoudens met een uitkering zijn gemiddeld veel minder kwijt aan premie voor inkomensverzekeringen. Gepensioneerden betalen vrijwel geen premie voor inkomensverzekeringen. Hun totale lasten bedroegen hierdoor in 2008 gemiddeld slechts 22 procent van hun bruto-inkomen.
Bron: Volkskrant.nl




